Zoals vele jonge meiden overkomt, ben ik al vroeg in aanraking gekomen met paarden. Voor mij was dat op de boerderijcamping van de familie Oolbekkink aan de Geskesdijk in Holten. Van boer Rinus mocht ik ‘s ochtends vroeg al helpen bij het melken van de koeien en later op de dag mocht ik dan Opa helpen de paarden verzorgen. Hij had toen negen Haflingers en een Shetlander. Daar is mijn passie voor het paard ontstaan.

Later, gedurende mijn middelbare schoolopleiding, heb ik steeds mijn hart kunnen volgen door stage te lopen in diverse paardensportbedrijven. Uiteindelijk kwam ik ook in aanraking met de hoefsmederij. Daar bleek dat ik van mijn passie ook mijn beroep kon maken.

Als hoefsmid kan je bij sportpaarden helpen de sportprestaties te verbeteren. Maar je kan ook een paard dat voor de hobby wordt gehouden, helpen zo prettig mogelijk te lopen.

Een bekend motto is: ‘No hoof, No horse’. Dit houdt voor mij in dat als ik de paardenvoeten goed bekap of besla, het paard een goed leven kan hebben en prima kan blijven lopen.